Sinds enkele jaren is er een streven om bijzondere rechtspersonen aan het rechtsverkeer te laten deelnemen. Dogmatisch wordt een reële zaak als fictie gekwalificeerd. Bomen en bos moeten hun “eigen rechten” kunnen behartigen.
De mens als persoon in het recht
In de scheppingsleer wordt de mens erkend als de voltooiing van de schepping. Na deze scheppingsdaad was er een ordening in schepsels van uiteenlopende kenmerken. De behoefte aan gedragsregels voor onderlinge menselijke verhoudingen diende zich aan en leidde tot rechtsregels die orde en structuren brachten in de samenleving. Samenwerking leidde nadien tot de behoefte om aan organisaties vermogensrechtelijke bevoegdheden toe te kennen. Zij werden als entiteiten voor bepaalde rechten en plichten op één lijn gesteld met een persoon. Deze constructie was als fictie gewenst en werd nodig bevonden om aan het rechtsverkeer de mogelijkheid te bieden organisatorische verbanden rechtens te laten functioneren. Aldus kon een niet-mens als ware het een persoon rechtens handelen als rechtssubject. Als abstractie is deze constructie van groot belang gebleken in het recht en de praktijk.
Twee misverstanden door elkaar
Wie een boom voor persoon aanmerkt weet dat een boom geen mens is. Uitsluitend mensen zijn personen in het recht. Wie een boom tot rechtspersoon promoveert miskent dat een boom geen fictie is, maar een reëel gegeven. Ficties hebben als kenmerk slechts in de wereld van het abstracte voor te komen. Zij zijn nodig om wat in feite niet bestaat in het recht te beschouwen als wel bestaand en om vermogensrechtelijk een “persoon” aan te nemen. Waardering van bomen als “personen” is met die fictie niet verenigbaar, omdat de boom in werkelijkheid bestaat. De moderne mens lijkt zich tot het grijze verleden te keren, waarin volken uit eerbied bovennatuurlijke kracht toedichtten aan bijzondere “creaties”, als bomen. Dit waren geen juridische constructies. Het was eerbied van de mens voor de natuur die in enkele verschijnselen op een bijzondere wijze beleefd en ontzien werden. De nu gepropageerde opvatting verschilt van de “oude eerbied” doordat zij een boom houdt voor een persoon in het recht. Die visie vindt geen steun in het recht omdat een boom geen fictie is. Een boom is waarneembaar, doch wordt tot abstractie in het recht welke abstractie geen (rechts)handelingen kan verrichten.
Vertegenwoordiging
In het rechtspersonenrecht is vertegenwoordiging van de persoon een onmisbaar element om aan het rechtsverkeer deel te kunnen nemen. Die vertegenwoordiging geschiedt omdat de rechtspersoon zelf niet tot handelen in staat is, de fictie is geen werkelijkheid. Zou een boom persoon zijn, dan zou hij – niet fictie, maar reëel bestaand – zelf participeren aan het rechtsverkeer. Maar als schepsel van andere aard hoort hij niet tot de mensensoort. Voor “menselijke” rechtshandelingen zal hij vertegenwoordiging behoeven. Als mens en persoon bestaat hij niet en als rechtspersoon kan hij niet handelen zonder vertegenwoordiging. Een vertegenwoordiger kan evenwel niet voor een boom optreden, omdat de boom niet bij machte is een vertegenwoordiger aan te wijzen. Het recht tot vertegenwoordiging ontleent de vertegenwoordiger aan degene die in rechte subject van rechten en plichten is: dus aan (rechts)personen.
Belang en rechtsbescherming
In het maatschappelijk leven zijn heel wat aspecten aan de orde die van belang worden geacht om behartigd te worden. Van een groot aantal aspecten heeft de moderne overheid zich de behartiging van maatschappelijke belangen aangetrokken: zoals volksgezondheid, huisvesting, milieubeheer, culturele ontplooiing. Daarnaast zijn heel wat organisaties in het leven geroepen om uiteenlopende belangen tot hun “recht” te laten komen. Het respect voor de natuur is door de eeuwen heen op velerlei wijzen beleefd. Bekend is dat “heilige dieren en bomen” in bepaalde culturen een zodanige plaats innamen dat zij door mensen “gevrijwaard werden” van inbreuken. Niet ingevolge aan hen toegekende rechtsposities, maar op grond van menselijke inzet en waardering werd die “natuurlijke” zorg aanvaard. Niets belet de moderne mens om zich op een zodanige wijze in te zetten voor de natuur of de schepping als van ouds bekend is. Daarvoor behoeft het recht niet van zijn wezenstrekken te worden ontdaan. Dat is niet nodig en niet zinvol. Daarentegen is er een scala van mogelijkheden om binnen ons rechtssysteem de behartiging van bomen, dieren, planten en in het algemeen de natuur ter hand te nemen. Een ander rechtssysteem past daarvoor niet. Dat zou juist problemen oproepen, maar niets oplossen. Geen argument heeft geleid tot de conclusie dat bomen, bos of mensen “gediend” worden door de constructie van rechtspersoonlijkheid.
Gebieden zijn geen rechtspersonen
Door sommige auteurs wordt verondersteld dat gebieden als zodanig rechtspersoon zijn, zoals staten, gemeenten en waterschappen. Deze opvatting is onjuist omdat niet het gebied maar de organisatie als de rechtspersoon wordt aangemerkt. Dat organisaties gebonden zijn aan een bepaald territoir is niet essentieel voor de rechtspersoonlijkheid. Uitgangspunt voor aanvaarding van rechtspersoonlijkheid is de eis om regeling waar in concreto het maatschappelijk verkeer behoefte heeft aan andere personen dan die van nature aanwezig zijn. Die fictie betreft organisaties die “als personen” in het rechtssysteem zinvol zijn. Het is de wetgever daaraan door regels inhoud te geven.
Eigendom van boom en bos
Niet wordt duidelijk gemaakt waarom de eigenaar van een bos of boom niet die garanties kan bieden welke de bescherming ervan eist. Als het maximale recht dat een (rechts)persoon op een bos of boom kan hebben biedt het eigendomsrecht al hetgeen voor behoud en zorg noodzakelijk kan worden geacht. Ook kunnen aan de eigenaar eisen worden opgelegd om een bos of boom op een bepaalde wijze te onderhouden. Omgekeerd kan ook eigener beweging de eigenaar voor zijn eigendom opkomen, ongetwijfeld indien inbreuken dreigen dan wel gevaar zich aandient. Rechtspersonen kunnen eigendom van een boom of bos daartoe verwerven. Niet houdbaar is dat rechtens een boom of bos in het kleed van rechtspersoonlijkheid een positie inneemt jegens zichzelf als toekomt aan een eigenaar binnen ons huidig rechtssysteem. Eerbied en zorg voor bos en bomen kan in ons recht niet aan bomen als rechtspersonen worden opgelegd.
Rechtsgedragingen zijn relationeel
Geen (rechts)persoon kan rechthebbende van zichzelf zijn. Het recht regelt onderlinge gedragingen. Uitsluitend in het “sprookjesbos” zijn bomen rechthebbenden van zichzelf.
Hub. Hennekens is emeritus hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit en oud-lid van de Raad van State.